Society3.0

015 De geldemmer kan niet groot genoeg zijn

In 1999 wordt in de Verenigde Staten de Glass-Steagall doctrine losgelaten. Daarbij vervalt de scheiding tussen spaarbankieren (zorgen voor het geld van de ander) en zakenbankieren (geld verdienen met geldscheppen). Het blijkt de opstap naar de neergang. Er ontstaan grote geldinstituten die een mix van financiële activiteiten ondernemen, waarbij het niet meer duidelijk is wie wat doet en wat van wie is. Van geld wordt geld gemaakt. Niet in het minst doordat de Centrale Bank in de Verenigde Staten de rente kunstmatig laag houdt; zij wil de economie stimuleren na de internet bubble van 2002. De berg geld wordt rijkelijk aangevuld vanuit het Verre Oosten; vooral China en ook de Westerse landen beschikken over de nodige sommen. In Nederland beschikken de pensioenfondsen, de lokale overheden en andere regentenclubs inmiddels over zoveel geld, dat men in het grote casino vrolijk aan het kapitaalspel gaat meedoen. Er is zoveel geld beschikbaar dat het platte sparen ervan weinig oplevert. Maar als sparen niets oplevert kun je aan de andere kant dus erg goedkoop geld lenen. De stap naar ‘geld met geld maken’ is dan snel gemaakt; de winsten vloeien rijkelijk. Dat je dat geld ook weer snel kunt verliezen was slechts een gedachte voor theoretici. De lust naar meer en nog meer, nog eens aangewakkerd door de inmiddels beruchte bonuscultuur, leverde allerhande nieuwe financiële producten op: derivaten, securisaties, leverages, off balance producten, maar ook mortgage backed securities en collateralized debt obligations (die laatste tegenwoordig ook wel Chernobyl Death Obligations genoemd). De ene benaming nog mooier en geheimzinniger dan de andere. In oktober 2008 rapporteerde onze Autoriteit Financiële Markten (AFM) in haar Feitenonderzoek Beleggingsverzekeringen:

“Generaliserend gesproken ervaart de consument dat het door hem gekochte product vooral een duur product is geweest: de opbrengst blijkt (zeer) ver achter te blijven bij de verwachtingen en de consument wijt dat vaak aan de hoge kosten, provisies en verzekeringspremies, die de verzekeraar hem in rekening heeft gebracht.”

Zolang er voor al die producten maar kopers waren, die meer betaalden dan de gemaakte kosten, ging alles goed. En als die kopers er niet waren, werden ze gewoon gemaakt. Zo konden mensen geld lenen voor huizen, die ze op basis van hun inkomen – sommigen hadden niet eens inkomen – onmogelijk konden betalen. Ninja Loans werden ze genoemd: No Income, No Jobs & Assets.

Als onze economieën groeiden en zolang iedereen, van consument tot producent en van Minister van Financiën tot Pensioenfonds, aan zijn verplichtingen kon voldoen ging alles goed en konden de banken steeds meer geld scheppen. Scheppen in de zin van creëren. De banken creëerden scheppen met geld. Zoveel geld dat iedereen aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen kon blijven voldoen. Het gevolg van dit alles is dat minder dan 5% van ons totale geldvolume nog haar oorspronkelijke functie kent, namelijk die van ruilhandel bevorderaar. De wereld zat gevangen in de greep van de groei. Geen echte groei, maar een financiële fictie, uitgedrukt in termen als Bruto Nationaal Product en andere theoretische economische graadmeters. Dit soort kengetallen meet slechts het volume van de grondstoffen die door onze waardeketens wordt geperst. Of er ook sprake is van waardetoename, is even niet aan de orde. Dat is schadelijk. We leefden (leven?) in een economie die totaal geen rekening houdt met de schade die wordt toegebracht aan mensen, onze leefomgeving, onze aarde.

Tags: economie, bankfraude, gouden standaard

External articles

Search

Links

Media

Hot topics