Onze regenten hebben de leefbaarheid van ons land en samenleving ernstig aangetast. En daar zijn zij ook nog eens goed voor betaald. Dat is gewoon sick. Ik kan er geen ander woord voor bedenken. Deden ze nu echt niks, dan kostte het ons weliswaar geld maar hadden we er verder geen last van. Helaas. In goed overleg met de reguliere overheid en politiek zorgen onze Quango’s voor een woeste stroom aan wet- en regelgeving. Regenten regeren. Beleidsmakers maken beleid. Controleurs controleren. Iedere (semi)overheidsinstantie en/of Quango wil zijn bestaansrecht bewijzen. Hun bestuurders dromen van een plekje in de historie: vernoemd worden naar een mooie wet of commissie is hun droom. Maar snappen ze ook dat juist die immense hoeveelheid vaak overlappende regelgeving het herstel van onze economie ernstig in de weg staat? Iedereen roept om minder regeldruk. Maar hoe? Communiceren met regenten is een regelrechte martelgang. Een paar voorbeelden:
Jan Willem Boissevain, Director Sales & Business Development van Logica (in het Mindz-blog ‘Help de burger verzuipt’):
“Als je wilt meedingen in een overheidsaanbesteding moet je de bedrijfsinschrijving bij de Kamer van Koophandel opvragen en doorsturen naar dezelfde overheid. Niet één keer per jaar, maar bij iedere aanbesteding. Een bedrijf dat in 150 aanbestedingen meedingt, verscheept dus alleen aan KvK-verklaringen zo’n twintig meter papier naar de overheid. Het aanbestedingsdocument van één centimeter dik moet in dertien-voud worden gekopieerd en daarnaast ook nog in elektronische vorm worden aangeleverd. Ik heb niet de indruk dat er minder regels komen. De overheid wordt in aanbestedingen juist steeds veeleisender. Gelukkig hebben wij een ervaren team van aanbestedingsdeskundigen die minutieus de bestekken doorlezen. Als er staat dat je de A4 vellen enkelzijdig geprint met twee gaten moet doorboren dan kunnen we niet onze standaard mappen met vier gaten gebruiken. Uitsluiting van de aanbesteding is onherroepelijk het gevolg als we afwijken van de voorschriften. We schaffen dus nieuwe mappen aan met twee gaten.”
Onze overheid koopt jaarlijks voor meer dan €40 miljard in. In plaats van slimmer in te kopen zet de overheid vanaf 2010 via een nieuwe ‘aanbestedingswet’ haar inkoopmacht in om bij haar leveranciers meer duurzaamheid af te dwingen. Om dat te organiseren worden er uiteraard nieuwe regels vastgesteld; dat je dat proces ook zou kunnen co-creëren met de stakeholders, komt niet op in al die knappe koppen. Het AgentschapNL heeft intussen zo’n vijftig productgroepen geïnstalleerd, die de gedetailleerde eisen nog meer detailleren. Men onderscheidt inmiddels meer dan elf keurmerken: Stichting Milieukeur, Energielabels, Energy Star, Gea Label, Nordic Swan Ecolabelling, FSC-keurmerk / Stichting Goedhout, IKB/PVE Kwaliteitskeurmerk vleesproducten, Stichting Keurhout Blauer Engel, EKO-keurmerk (SKAL), Europees Ecolabel, BRL SVMS-007 Veilig en Milieukundig Slopen. Ieder normaal denkend mens weet dat er vrijwel geen MKB bedrijven bestaan die dit allemaal snappen en aan de richtlijnen kunnen voldoen, zonder gigakosten te maken voor allerlei expertisebureaus. Maar onze politici denken van wel. Het zijn dus weer de gevestigde orde organisaties, die van dit nieuwe oerwoud profiteren. Overigens worden alle meerkosten voor deze groen opgetuigde kerstboom gewoon doorbelast, zodat we uiteindelijk als burgerij via stijgende overheidsuitgaven weer mogen bijpassen.
Ulrica Vandaag (in haar Mindz-blog ‘Mijn tewerkstelling’): “Misschien weet niet iedereen dat ik, na drie maanden een WW-uitkering te hebben ontvangen, verplicht ben gesteld om arbeid te verrichten (ook al is dit beneden je denk- en werkniveau) via de UWV tewerkstelling. De bedoeling is dat je ook tijd krijgt om in de werktijd te solliciteren en te speuren op internet naar geschikte vacatures. Ja, je krijgt ook hier een job coach toegewezen. Van dit alles komt echter niets terecht want op de werkplek mag je de pc’s niet gebruiken en de job coach moet in zijn eentje 50 mensen verzorgen.”
Koninklijke Horeca Nederland meldt in haar rapport Regeldruk, Stand van Zaken, augustus 2009: “Het is misplaatst om te spreken van een succes op het gebied van regeldruk vermindering in deze voor ons zo belangrijke wet. Kansen om de regeldruk daadwerkelijk te verminderen worden niet opgepakt en door een aantal andere wijzigingen wordt de regeldruk zelfs verhoogd. Het verdient sowieso geen schoonheidsprijs dat het wijzigingstraject al vijf jaar loopt. […] De overheid pakt de overtreders van de vigerende horecaregels niet aan. […] Het is opmerkelijk dat voor paracommerciële inrichtingen en ook voor burgers die horeca-activiteiten uitvoeren, de regeldruk wordt verminderd. Dit terwijl voor commerciële horeca, waar sociaal verantwoorde verstrekking het best geïntegreerd is in de bedrijfsvoering, de regeldruk juist wordt opgevoerd […] Het is bijvoorbeeld opvallend of beter gezegd stuitend, dat het fenomeen 'illegale horeca' (naar schatting 3.500 inrichtingen in Nederland) niet is terug te vinden in het nieuwe wetsvoorstel.”
Het laatste voorbeeld raakt mij nog eens extra, want ik ben zelf ook horeca-ondernemer. Het is maar dat u het weet: met medeweten van uw gemeente gaan uw kinderen naar plekken waar men het niet zo nauw neemt met de regels. Terwijl u denkt dat ze veilig en wel naar die alcoholvrije discoavond waren van het lokale en legale horeca bedrijf, zitten ze in inzuiphutten, alcoholstimulerende sportkantines en bij illegale feesten. U dacht dat ze gingen sporten? Neem eens een kijkje bij het eerste de beste hockeyfeest bij mij in Zeist! En wat dacht u van al die straatfeesten en buurt-bbq's? Daar staan gewoon kinderen achter de tap. Dom van die ouders en dom van gemeentes om daar vrijwel ongezien een vergunning voor af te geven, vindt u ook niet? En het wordt alleen maar erger. Onze gemeentes willen die illegale plekken en de sportkantines helemaal niet aanpakken. Enerzijds zijn ze daartoe namelijk niet bij machte en anderzijds is de alcoholverkoop voor menig sportkantine een belangrijke bron van inkomsten. En alcohol weg betekent subsidiekraan open en dat is het laatste wat een gemeente wil, want het geld is toch op?
“All animals are equal, but some animals or more equal than others.” (George Orwell in Animal Farm.)
Daarentegen zijn Quango’s weer wel prima in staat hun eigen regels snel aan te passen. Zo is het aan consumenten verkopen van een verzekering aan strikte regels gebonden. Dat mogen alleen FFP’ers: door de AFM geaccrediteerde adviseurs. Hajo de Vries, zo’n FFP’er, zegt daarover op zijn Mindz.com blog:
“Om zo'n vergunning te krijgen moet je aan behoorlijk wat voorwaarden voldoen. Je moet je diploma's hebben en jaarlijks voldoen aan voldoende dagen bijscholing. Je moet het proces goed ingericht hebben en drie mensen hebben waar ze navraag bij kunnen doen, een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten hebben en meer."
En dan komt ie dus: "Je zou verwachten dat iedereen die financiële producten verkoopt zo’n AFM vergunning nodig heeft. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Zo is er Fincover, een onderdeel van de Stichting Collectief Verzekeren van het Ministerie van Financiën. Dergelijke stichtingen zijn geen tussenpersoon volgens de WFT (Wet Financieel Toezicht) en hebben geen AFM vergunning nodig. Volgens de AFM zijn vrijwel alle collectieve regelingen vrijgesteld voor de WFT- vergunning. De site van Fincover vermeldt: ‘De stichting is opgericht door collega's en houdt zich al tientallen jaren bezig met het verzorgen van goede en goedkope verzekeringen. De stichting biedt verzekeringen aan ten behoeve van alle collega's, die vallen onder het Ministerie van Financiën. Het ministerie steunt het werk van de stichting en verleent daartoe ook de noodzakelijke faciliteiten.’' '
Dus voor het aanbieden van verzekeringen aan consumenten stellen we strakke regels. Maar voor het aanbieden van verzekeringen aan ‘ambtenaren-consumenten’ gelden deze regels niet. Want dan is het opeens een ‘collectieve regeling’. Dat is heet volgens mij concurrentievervalsing. Volgens Hajo de Vries hebben meerdere ministeries zo'n stichting en zijn daarmee 'tussenpersoon' voor zo'n 300.000 medewerkers/consumenten, zonder WFT vergunning.
Bronnen