Anne Kee Deelen heeft van het society30 verhaal een sprookje gemaakt:
Kapitein Ron en de interdependente economie
Er was zwaar weer op komst. Het zat er al dagen aan te komen. Voorbereidingen werden getroffen. Luiken voor de ramen, eten gehamsterd, water ingeslagen, al dagen had men het nergens anders meer over. Niet alleen storm en regen waren voorspeld, maar ook een vloedgolf van de rode oceaan. Bibberend zat iedereen in afwachting van de storm.
Alleen in de herberg van kapitein Ron was het nog gezellig. Daar was men niet zo bang voor wat er zou komen. De herberg had een stevig fundament en dat kon wel tegen een stootje. En dan nog. Over de elementen had je niets te zeggen, maar alles wat kapot kan, kan ook weer worden opgebouwd, vond kapitein Ron. En zijn kastelein Marie was het daar helemaal mee eens. Laat maar komen wat er komt, was hun motto. Ons krijgen ze niet klein. En zo stroomde de herberg vol met mensen die er net zo over dachten en bereid waren om hun pleisterplaats mede her op te bouwen. Ze hadden al vaker dingen gedaan met vereende krachten en dat gaf juist extra plezier.
Onder het genot van een hapje en drankje spraken de gasten over de mogelijke gevolgen van de storm. Stel dat alles met de grond gelijk gemaakt zou worden, hoe zouden ze dan de heropbouw weer gaan doen? De wildste plannen gingen over tafel. Het idee met een schone lei te kunnen beginnen en alles anders te kunnen doen, dat gaf aanleiding om ongelimiteerd te dromen. De gasten kregen er lol in. Stel je toch eens voor! Wat zouden ze samen niet allemaal voor elkaar kunnen krijgen. Iedereen sprak mee en zo kwamen er een hoop onvermoede talenten naar boven. De stemming werd steeds opgewondener. Mensen begonnen te stralen bij het idee dat ze met hun talent echt iets bij konden dragen.

Net toen ze het glas hieven op de toekomst begon de hele tent te beven. Een complete ground swell schudde de hele omgeving flink op. Buiten jankte de wind luid. De ramen trilden in hun sponningen, ondanks dat er stevige planken tegenaan waren getimmerd. En de donder kreeg zelfs de stoerste kerels stil. Zoiets had niemand ooit meegemaakt. Dit was serieus. Plotseling begon het nog harder te schudden. Niemand kon meer blijven staan.
Toen iedereen op de grond lag, hoorden ze ineens een enorm gekraak. Wat was dat? Iedereen voelde een lichte spanning in de maag alsof ze in een kermisattractie zaten. Tafels en stoelen begonnen te schuiven. De aanwezigen keken elkaar aan met een mengeling van schrik en verbazing. Alle lichten vielen uit en niemand kon nog een hand voor ogen zien. Een mengeling van angstzweet en opwinding vulde langzaam de ruimte. Het werd stil, heel stil.
“Vliegen we?” onderbrak een benepen stem de stilte. “Daar lijkt het wel op,” antwoordde iemand. En als snel was het weer een gekakel van jewelste. Iedereen had wel een andere theorie over wat er aan de hand was. En dat ging een paar uren zo door, totdat een enorme knal, gevolgd door een flinke schok er een einde aan maakte. Geen geschud en geschommel meer, geen loeiende wind, alleen het lichtkabbelende geluid van de oceaan.
Kapitein Ron krabbelde overeind, beukte de deur open en keek naar buiten. En hij zag het beeld dat het geluid matchte, een grote oceaan strekte zich voor hem uit. Heel erg blauw. Waren ze geland in the Blue Ocean? Hij had er wel van gehoord, maar dat het zo snel zou gaan… Maar dat was niet alles wat hij zag. Ze lagen niet midden in de oceaan, want hij kon wel de deur uitlopen. Ze waren geland op een klein eiland. En hij zag dat er rond het eiland waarop ze geland waren allerlei kleine eilandjes ronddreven. Er was een complete archipel ontstaan van eilandjes, midden in de blue ocean! Het zag ernaar uit dat ze niet alleen opnieuw moesten opbouwen, maar dat er een compleet nieuw bestaan moest worden opgebouwd. Dat bood perspectieven. Geen knellende banden uit het verleden meer. Er lag een zee aan mogelijkheden voor ze. Alle dromen konden nu worden waargemaakt. Geen tijd meer om te praten, maar tijd om handen uit de mouwen te steken!

Langzaamaan kwam iedereen tot zijn positieven. Een voor een krabbelden ze van de grond. Enigszins versuft openden ze hun ogen, maar die versuffing maakte als snel plaats voor opwinding. Hun wereld was compleet veranderd! Kapitein Ron stond al buiten. Hij was al druk plannen aan het maken. Hij pakte zijn verrekijker en keek naar de eilandjes om zich heen. Ook daar begon al beweging te ontstaan. Hij zwaaide naar de dichtstbijzijnde eilandbewoners. Dezen keken nog een beetje onwennig om zich heen. Het leek even heel eenzaam op hun kleine eilandjes. Kapitein Ron had met ze te doen. Maar toen kwam er een vogeltje vrolijk tweetend langs en kapitein Ron keek naar de hemel. Daar hing een grote satelliet die alle eilandbewoners verbond. Kapitein Ron riep het vogeltje en vroeg het naar alle eilandjes te vliegen en ze te vertellen dat ze dankzij de satelliet allemaal met elkaar waren verbonden. En dat iedereen welkom was bij hem op het eiland.
En ze kwamen. Sommigen eerst per satelliet, maar later ook per boot. Kaptein Ron en zijn herbergbewoners richtte een speciale vrijhaven in voor alle eilandbewoners. Het werd een gezellige boel daar op het eiland van Kapitein Ron en kastelein Marie. In no time hadden ze hun eiland en herberg op orde.
De satelliet verbond niet alleen alle eilandjes in de archipel, maar ook de archipel met het vaste land. Zo kwamen ze er op het eiland erachter dat ze wel gemist werden door mensen op het vaste land. Zij wilden ook graag naar het eiland komen. Daarom besloten kapitein Ron en kastelein Marie een brug te bouwen naar het vaste land. In eerste instantie bestond deze brug uit een boot. Kapitein Ron heette niet voor niets kapitein Ron; piratenbloed stroomde flink door zijn aderen. Iedereen die wilde kon aan boord komen en werd naar het eiland gebracht.

Sommige eilandbewoners reisden af en toe terug naar het vaste land, maar vaak ontmoetten ze elkaar ergens op Sociocratie, een nieuw gebied in de blauwe oceaan. Daar ontstonden dan nieuwe ideeën. Sommigen konden alleen worden uitgevoerd binnen Sociocratie of de Archipel, maar anderen werden ook mee terug genomen naar het vaste land. Dan was de afstand naar het vaste land ineens weer een stuk korter. Later werd er met vereende krachten een echte brug gebouwd naar het vaste land. Zo werd het een komen en gaan van mensen naar het eiland. Sommigen kwamen kort op bezoek en anderen bleven wat langer.
Op het vaste land was het overigens nog steeds onrustig. De ground swell bleef maar aanhouden. En zo kon het gebeuren dat de Archipel groeide en groeide. Binnen de Archipel gold het motto ‘hoe meer zielen, hoe meer vreugd’ dus iedere nieuwe eilandbewoner werd enthousiast begroet. Ze moesten zich natuurlijk wel een beetje aan de regels houden, dat sprak voor zich. Binnen de Archipel gold een code van delen. Met elkaar en voor elkaar. Niet per se een op een, maar collectief moest de boel in balans zijn. Daar hoefde eigenlijk geen probleem over worden gemaakt, want eilandbewoners die alleen maar kwamen halen, werden vanzelf teruggeworpen op het vaste land. Dan was op een goede dag ineens hun eiland verdwenen uit de archipel.
Sommigen kozen er echter bewust voor om achter te blijven op het eiland. Omdat sommige zaken nou eenmaal handiger vanaf het vaste land geregeld kunnen worden. Het waren de dienstbaren. Maar er waren er ook die al dat eiland gedoe maar helemaal niets vonden. Hoewel ze eigenlijk op het vaste land hun eiland hadden gecreëerd... Ze vonden dat alles bij het oude moest blijven, bouwden dikke muren en sloegen palen nog verder in de grond om te voorkomen dat de grond nog verder zou verschuiven. Met hand en tand verzetten ze zich tegen de veranderingen. Maar ja, het nadeel van veranderingen is, dat je je er niet tegen kunt verzetten. Zelfs verzet levert uiteindelijk verandering op. Vroeg of laat moet je er toch aan geloven.
En het grappige was, hoe harder het verzet, hoe groter de nieuwe groundswell. Dan kwam er weer een enorme beving en groeide de archipel. Daar begonnen overigens hele nieuwe systemen te ontstaan. Zo hadden ze speciaal archipelgeld en handelsplatformen. Daar konden diensten op worden uitgeruild en kon er kennis worden gedeeld. Bezit werd steeds minder belangrijk. De eilandbewoners waren immers van nul af aan begonnen en hadden geleerd dat ze van niet-bezit niet ongelukkiger waren geworden. Beschikking over middelen was wel handig, maar hoe meer iedereen aan bezit vast hield, hoe meer er geproduceerd moest worden. En dan zouden hun eilanden weer snel vol zijn en zouden ze niet meer kunnen genieten van het prachtige uitzicht over de blauwe oceaan. Dus ruilden ze ook regelmatig middelen met elkaar. En soms legden ze allemaal kleine beetjes samen om gezamenlijk een groter geheel te kunnen maken voor op een van de eilanden, waar iedereen die daar op bezoek kwam dan gebruik van kon maken.
Het eilandbestaan was misschien wel een wat onzekerder bestaan dan op het platte land, maar de meeste eilandbewoners waren het erover eens dat ze voor die onzekerheid een hoop terug hadden gekregen. Het was fijn om deel uit te mogen maken van de archipel!
En kapitein Ron en Marie waren heel gelukkig met hun nieuwe plek voor de herberg. Het was er nog altijd even gezellig als voorheen. Of misschien zelfs nog wel veel gezelliger. Het bruiste er altijd. Velen vonden er voor korte of langere tijd onderdak. En als hij even tijd had, tuurde kapitein Ron alweer de horizon af. Nieuwsgierig naar wat de toekomst mogelijk nog in pet had.
En zo leefden ze nog lang, gelukkig en verbonden….
Anne Kee Deelen.